Verkeerstheorie

11. Voorrang en voor laten gaan

11.1. Voorbeelden bij voorrang

De voorrangsregels zijn erg belangrijk! Anders krijgen we ongelukken. Hieronder leggen we met voorbeelden de regels nogmaals uit.

De grote vijf! Dit is een gelijkwaardig kruispunt. Normaal zou auto 2 voorrang hebben. Maar omdat de sirene van de brandweerauto aan staat, heeft de brandweerauto nu voorrang.

Een bestuurder op een voorrangsweg heeft voorrang op een bestuurder die die weg nadert, ook als die voorrangsweg een bocht maakt. Bij het kruispunt staan verkeersborden die de voorrang regelen. De blauwe auto ziet een voorrangsbord en heeft daarom voorrang op de rode auto.

Op een gelijkwaardig kruispunt heeft een bestuurder van rechts voorrang. Dit is een gelijkwaardig kruispunt, dus verkeer van rechts heeft voorrang. Daarom gaat de blauwe auto eerst.

Op een gelijkwaardig kruispunt geven bestuurders voorrang aan bestuurders van motorvoertuigen. Dit is een gelijkwaardig kruispunt. Bestuurders moeten bestuurders van motorvoertuigen voorrang geven, daarom gaat de auto hier dus eerst — ondanks dat de fietser van rechts komt.

Een bestuurder die van een onverharde weg komt, moet voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg die voor hem van links en/of rechts komen. Auto 2 rijdt op een onverharde weg. Daarom moet auto 2 voorrang geven aan auto 1.

Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg. Dus ook voetgangers! De fietser gaat hier rechtdoor op dezelfde weg. Daarom heeft de fietser hier voorrang. Nog een voorbeeld: de voetganger gaat rechtdoor op dezelfde weg en heeft daarom voorrang op de auto.

Een bestuurder die rechts afslaat heeft voorrang op een bestuurder die links afslaat. De rode auto slaat af naar links en heeft daarom voorrang op de blauwe auto.

Opmerking: er lijkt een kleine fout te staan in de originele tekst — op basis van de regel heeft de auto die naar RECHTS afslaat voorrang. Graag controleren.

Bij een T-kruising heeft al het verkeer op de doorlopende weg voorrang boven het verkeer op de weg die eindigt. Dit is een T-kruising. De blauwe auto rijdt op de doorgaande weg en heeft daarom voorrang op de rode auto.

Nog twee hele belangrijke regels!

  1. Bestuurders moeten blinden en slechtzienden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen, en alle andere personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.
  2. Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een invalidenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.