Verkeerstheorie
| Site: | Traffic Theory Sint Maarten |
| Cursus: | Primary school |
| Boek: | Verkeerstheorie |
| Afgedrukt door: | Gastgebruiker |
| Datum: | vrijdag, 29 mei 2026, 21:55 |
1. Inleiding
Hallo jonge verkeersdeelnemers van Sint Maarten!
Welkom bij dit speciale verkeersboek, gemaakt speciaal voor jullie! Als leerling uit groep 7 word je steeds zelfstandiger en ga je vaker alleen of met vrienden de weg op - te voet, op de fiets, of misschien wel als passagier in de auto. Daarom is het nu extra belangrijk dat je de verkeersregels goed kent.
Sint Maarten is een prachtig eiland met zijn eigen bijzondere verkeerssituaties. Van de drukte in Philipsburg en langs de Marigot Road tot de rustigere buurten zoals Cole Bay en Simpson Bay, overal gelden belangrijke regels die ervoor zorgen dat iedereen veilig van punt A naar punt B komt. Of je nu naar school fietst, naar het strand wandelt, of met je familie een ritje maakt langs de Great Salt Pond — kennis van de verkeersregels kan levens redden.
In dit boek leer je alles wat je moet weten over verkeer op Sint Maarten. We behandelen de belangrijkste verkeersborden die je tegenkomt, de regels voor voetgangers en fietsers, en hoe je je gedraagt als passagier in een auto. Ook besteden we aandacht aan de bijzondere situaties die je op ons eiland tegenkomt, zoals het delen van de weg met andere weggebruikers in drukke toeristische gebieden en het veilig oversteken bij de haven en de weg langs het vliegveld.
Door de regels in dit boek goed te leren en toe te passen, draag jij bij aan veilig verkeer voor iedereen op Sint Maarten. Want verkeersveiligheid begint bij jou!
Veel succes met leren en vooral: blijf altijd alert in het verkeer!
2. Wat is verkeer?
Wat is verkeer en wat is jouw rol?
Verkeer zie je overal om je heen op Sint Maarten! Het is alle beweging van mensen en voertuigen op wegen, paden en pleinen. Denk maar eens aan wat je allemaal ziet als je 's ochtends naar school gaat: auto's die naar het werk rijden, vrachtwagens die goederen vervoeren naar een bouwplaats, fietsers die aan het sporten zijn, en voetgangers die een wandeling maken langs de boulevard van Philipsburg.
Op Sint Maarten hebben we veel verschillende soorten verkeer. Er zijn grote vrachtwagens die spullen bezorgen, toeristen in huurauto's die naar het strand bij Maho of Orient Bay gaan, mensen die boodschappen doen, en kinderen zoals jullie die naar school fietsen. Zelfs de ferry die mensen naar St. Barths en Anguilla brengt, is onderdeel van het verkeer op ons eiland!
Als leerling uit groep 7 heb je verschillende rollen in het verkeer. De meeste tijd ben je voetganger. Dan loop je bijvoorbeeld van huis naar de sportvelden, of van school naar je vrienden in de buurt. Als voetganger moet je goed opletten waar je loopt en altijd gebruikmaken van voetgangersoversteken.
Vaak ben je ook fietser. Misschien fiets je wel elke dag naar school of naar de winkel voor je ouders. Op de fiets ben je sneller dan te voet, maar ook kwetsbaarder. Je deelt dan de weg met auto's, vooral op de hoofdwegen zoals de Bush Road of de Walter Nisbeth Road in Philipsburg.
De laatste tijd zien we steeds meer fatbikes op Sint Maarten — die elektrische fietsen met dikke banden die behoorlijk hard kunnen gaan. Fatbikes zijn populair geworden, vooral onder jongeren, omdat je er makkelijk mee over het strand en onverharde wegen kunt rijden. Maar let op: fatbikes kunnen snelheden bereiken van 25 kilometer per uur of meer, waardoor ze bijna net zo snel zijn als sommige scooters! Dit betekent dat je extra voorzichtig moet zijn en goed moet nadenken over waar en hoe hard je rijdt.
Een groot gevaar dat we steeds vaker zien, is fietsers die met hun telefoon bezig zijn terwijl ze rijden. Of het nu is om een berichtje te sturen, muziek te veranderen, of een foto te maken van de prachtige zonsondergang boven Simpson Bay — je telefoon gebruiken tijdens het fietsen is levensgevaarlijk! Je aandacht wordt afgeleid van het verkeer om je heen. Je ziet die auto die uitparkeert niet, je hoort die claxon niet, en je merkt die leguan op de weg te laat op. Vooral op een fatbike, die zo hard gaat, kan een seconde onoplettendheid fataal zijn.
Soms ben je passagier in een auto. Dan rijd je bijvoorbeeld met je familie naar het strand bij Cupecoy, of jullie maken een ritje naar de Franse kant om Grand Case te bezoeken. Ook al rijd je niet zelf, als passagier heb je nog steeds verantwoordelijkheden!
Het bijzondere aan verkeer op Sint Maarten is dat we ook rekening moeten houden met dieren. Leguanen steken weleens de weg over, vooral bij warmer weer, en in sommige buurten kom je ook geiten en kippen op de weg tegen.
Al deze verschillende verkeersdeelnemers moeten samen gebruikmaken van onze wegen. Daarom zijn er verkeersregels: om ervoor te zorgen dat iedereen veilig en vlot kan reizen. Door de regels te kennen en te volgen, zorg jij ervoor dat het verkeer op Sint Maarten veilig blijft voor iedereen — van de kleinste voetganger tot de grootste vrachtwagen!
3. De ontwikkeling van het verkeer
De ontwikkeling van het verkeer
Al lang geleden moesten mensen iedere dag opnieuw grote en kleine afstanden afleggen. Ze waren jagers of vissers en moesten hun prooien achtervolgen op het land of op een rivier of zee. Soms waren ze wekenlang weg, op zoek naar wild of vis. Om zich te verplaatsen over water gebruikten ze kano's — de allereerste uitvinding voor vervoer over water. Deze werden gemaakt van uitgeholde boomstammen. Op land gebruikten ze een soort slee om hun prooien te verplaatsen.
Omdat de mensen niet altijd meer hun benen wilden gebruiken bij deze lange tochten, bedachten ze allerlei hulpmiddelen. Ze klommen op de ruggen van ezels, paarden, kamelen en olifanten. Deze dieren konden ook hun prooi en bagage vervoeren. De mensen trokken door bossen en struikgewassen om op hun plek van bestemming te komen. Soms gebruikten ze paden gemaakt door wilde dieren. Maar vaak moesten ze zelf de paden maken. Deze paden vormden de eerste wegen op het land.
Een van de allerbelangrijkste uitvindingen in de geschiedenis was het wiel. Deze geniale uitvinding maakte het mogelijk om karren en wagens te bouwen die door dieren voortgetrokken konden worden. Hiermee konden mensen veel zwaardere lasten vervoeren dan voorheen mogelijk was.
Eeuwen later werd een nog revolutionairder uitvinding gedaan: de motor. Langzaam maar zeker nam de motor de rol van de dieren over en het tijdperk van de auto brak aan. Deze uitvinding veranderde de wereld compleet. Ook de wegen werden verbeterd en aangepast aan de moderne tijd.
Op het water ontwikkelden mensen de oorspronkelijke kano's verder naar steeds betere boten en schepen. Deze vaartuigen werden gebruikt om te vissen en later ook om handel te drijven met landen in de buurt.
Maar de mensen bleven niet stilzitten. Als ze de vrijheid van de vogels in de lucht boven hen zagen, droomden ze ervan om te kunnen vliegen. Veel mensen probeerden te vliegen met zelfgemaakte vleugels, maar dit lukte helaas niet. Na veel experimenten werd de luchtballon uitgevonden — de eerste succesvolle manier voor mensen om de lucht in te gaan. Maar de onbestuurbaarheid van dit voertuig maakte dat mensen verder bleven experimenteren. Ze ontwikkelden verschillende soorten luchtschepen die beter bestuurbaar waren. Tegenwoordig, na al deze experimenten, kennen we het vliegtuig en de helikopter — de moderne uitvindingen die ons in staat stellen om snel door de lucht te reizen.
Het verkeer op Sint Maarten door de eeuwen
Deze wereldwijde ontwikkeling van het verkeer zien we ook terug in de geschiedenis van Sint Maarten. De oorspronkelijke bewoners van het Caribisch gebied liepen duizenden jaren geleden al over deze eilanden. Ze maakten paden tussen hun dorpen en naar de beste plekken om te vissen langs de kust. Ook zij gebruikten kano's om tussen de eilanden te varen en om te vissen in de zee rondom Sint Maarten.
Toen de Europeanen kwamen, brachten ze paarden en ezels mee naar het eiland. Deze dieren werden gebruikt om goederen en voorraden te vervoeren. Het eiland werd een belangrijk handelsknooppunt in het Caribisch gebied, en de beroemde zoutpan speelde een grote rol in de economie. Arbeiders vervoerden zout naar boten bij de haven, die het vervolgens naar grotere schepen brachten.
In de 18de en 19de eeuw ontstonden de eerste echte wegen op Sint Maarten. Deze waren vooral bedoeld voor het vervoer van goederen tussen de nederzettingen op de Nederlandse en Franse kant van het eiland.
De komst van de auto veranderde Sint Maarten drastisch. In de jaren 1950 waren er nog maar een handvol auto's op het eiland. De meeste mensen liepen of reden op dieren. Maar langzaam kwamen er meer auto's bij. In de jaren 1970 en 1980 werden de wegen beter gemaakt met asfalt in plaats van zand en grind.
Vandaag de dag heeft Sint Maarten een modern wegennet. We hebben verkeerslichten in Philipsburg, rotonden bij belangrijke kruisingen, en wegen die alle delen van het eiland met elkaar verbinden. Ook de haven en het vliegveld zijn moderne vervoersknooppunten geworden die Sint Maarten verbinden met de rest van de wereld.
Moderne uitvindingen
Net als overal ter wereld zien we ook op Sint Maarten nieuwe uitvindingen in het verkeer. Elektrische auto's komen steeds vaker voor. Fatbikes — elektrische fietsen met dikke banden — zijn populair geworden bij jongeren die snel van plek naar plek willen zonder in de hete zon te zweten. Ook zien we meer toeristen die elektrische scooters huren om het eiland te verkennen.
Het verkeer op Sint Maarten is dus ook voortdurend in ontwikkeling. Van de oorspronkelijke voetpaden tot moderne asfaltwegen, van kano's tot cruiseschepen, van ezels tot elektrische auto's — elke belangrijke uitvinding bracht zijn eigen manier van verplaatsen met zich mee. En wie weet welke nieuwe uitvindingen de toekomst ons nog meer zal brengen!
Als je meer wilt weten over hoe het transport door de jaren heen is geëvolueerd, klik dan hier.
4. Verdeling van het verkeer
Verdeling van het verkeer op Sint Maarten
In de vorige les hebben we gelezen hoe handig en vindingrijk de mensen waren. Met eenvoudige vervoermiddelen verplaatsten ze zich van de ene naar de andere plaats. Ze hadden vervoermiddelen voor in de lucht, op het water en op het land. Hierdoor gaan we het verkeer in drie groepjes verdelen:
- Luchtverkeer
- Verkeer te water
- Landverkeer
1. Luchtverkeer op Sint Maarten
Voor vervoer door de lucht gebruiken we bijvoorbeeld vliegtuigen, helikopters en raketten. Op Sint Maarten zie je regelmatig vliegtuigen landen op Princess Juliana International Airport — een van de bekendste vliegvelden in het Caribisch gebied, bekend om de vliegtuigen die vlak boven het strand van Maho vliegen. Dit zijn meestal toeristische vluchten vanuit Nederland, Amerika en andere Caribische eilanden. Ook kleine chartervliegtuigjes vliegen toeristen naar naburige eilanden zoals St. Barths, Anguilla en St. Kitts.
Helikopters zie je soms boven het eiland vliegen, vooral voor noodgevallen of speciale transporten. Voor de fun maken sommige mensen een parasailtocht boven de kust van Sint Maarten — een soort parachute die door een boot wordt voortgetrokken.
2. Verkeer te water rondom Sint Maarten
Voor vervoer over water gebruikt de mens vaartuigen. Rondom Sint Maarten zie je veel verschillende boten. In de haven van Philipsburg komen grote cruiseschepen met duizenden toeristen. Ook vrachtschepen brengen goederen naar het eiland die we in de winkels terugvinden.
Voor de kust zie je boten die toeristen naar snorkel- en duikplekken brengen. Zeilboten van toeristen liggen in de jachthaven, en lokale vissers gebruiken kleine motorboten om te vissen. Watertaxi's die de Nederlandse en Franse kant van het eiland verbinden, en ferries naar naburige eilanden, zijn ook belangrijke vervoermiddelen die dagelijks pendelen.
3. Landverkeer op Sint Maarten
Motorvoertuigen, niet-motorvoertuigen en voetgangers horen bij landverkeer. Op Sint Maarten zie je veel auto's, taxi's en minibussen, die een populaire en betaalbare manier zijn om over het eiland te reizen. Voertuigen rijden op alle wegen van het eiland, van Philipsburg tot Cole Bay en van Simpson Bay tot de Franse wijk.
Niet-motorvoertuigen zijn vooral fietsen en de nieuwe fatbikes. Veel scholieren fietsen dagelijks naar school. Voetgangers loop je tegen op alle plekken: toeristen die door Philipsburg wandelen, kinderen op weg naar school, en mensen die naar de winkel lopen.
Toeristen in huurauto's vormen een speciale groep — zij kennen de wegen niet altijd goed en rijden soms langzaam of maken onverwachte bochten.
Moderne ontwikkelingen
Gelet op de moderne ontwikkelingen zullen er in de toekomst verschillende combinaties mogelijk zijn. Nu al hebben we amfibievoertuigen die zich zowel op het land als in het water kunnen verplaatsen. Op Sint Maarten zou dit handig zijn om van het strand direct het water in te rijden! Ook amfibievliegtuigen, die zowel op land als op water kunnen landen en opstijgen, zouden praktisch zijn voor een eiland zoals het onze.
Amfibievoertuigen kunnen zich zowel op het land als in het water verplaatsen.
Amfibievliegtuigen kunnen zowel op het land als op het water landen en opstijgen.
4.1. Luchtverkeer
Luchtverkeer
Luchtverkeer is alle beweging van vliegtuigen, helikopters en andere luchtvaartuigen in de lucht en op vliegvelden. Dit lijkt misschien ver weg van jullie dagelijkse leven op Sint Maarten, maar eigenlijk speelt luchtverkeer een heel belangrijke rol voor ons eiland!
Luchtverkeer op Sint Maarten
Princess Juliana International Airport is het hart van het luchtverkeer op Sint Maarten. Elke dag landen en vertrekken er vliegtuigen van verschillende luchtvaartmaatschappijen. Toeristen komen aan vanuit Nederland, Amerika en andere Caribische eilanden. Sint Maarten heeft een van de drukste vliegvelden in het Caribisch gebied, en de ligging vlak naast Maho Beach maakt het een van de bekendste ter wereld — waar je vliegtuigen op slechts een paar meter boven je hoofd kunt zien vliegen!
Kleine vliegtuigjes zie je ook regelmatig. Deze vliegen tussen naburige eilanden of brengen toeristen voor dagtochten naar St. Barths, Anguilla of St. Kitts. Soms zie je ook helikopters, vooral bij noodgevallen of voor speciale transporten naar plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn.
De piloot: bestuurder van het vliegtuig
Net zoals een auto een bestuurder heeft, heeft elk vliegtuig een piloot. De piloot is verantwoordelijk voor het veilig besturen van het vliegtuig en alle passagiers aan boord. Piloten moeten jarenlang studeren en trainen voordat ze mogen vliegen. Ze kennen alle instrumenten in de cockpit en weten precies hoe ze het vliegtuig moeten laten opstijgen, vliegen en landen.
Op Sint Maarten zie je piloten vooral op het vliegveld. Ze controleren hun vliegtuig voor de vlucht, bekijken het weer en plannen hun route. Piloten moeten altijd contact houden met de verkeersleiding om te weten wanneer ze mogen opstijgen of landen.
De verkeersleider: de agent van de lucht
In de verkeerstoren van Princess Juliana Airport werken verkeersleiders. Zij zijn een soort verkeersagenten van de lucht! Hun belangrijkste taak is ervoor zorgen dat alle vliegtuigen veilig opstijgen en landen zonder dat ze elkaar in de weg zitten.
Verkeersleiders zitten in een hoge toren met grote ramen vanwaar ze het hele vliegveld kunnen overzien. Ze hebben speciale radio's waarmee ze contact houden met alle piloten. Als een vliegtuig wil landen, geeft de verkeersleider toestemming en vertelt de piloot op welke landingsbaan hij moet landen. Ook geven ze toestemming voor het opstijgen en zorgen ze ervoor dat er genoeg afstand tussen vliegtuigen is.
Net zoals verkeersagenten op de weg zorgen voor veiligheid, zorgen verkeersleiders ervoor dat het luchtverkeer rond Sint Maarten veilig verloopt. Zonder hen zouden vliegtuigen niet weten wanneer ze mogen landen of opstijgen, wat heel gevaarlijk zou zijn.
Luchtverkeer is dus veel georganiseerder dan je misschien dacht — met piloten die de vliegtuigen besturen en verkeersleiders die alles in goede banen leiden!
Wil je meer weten over het werk van de verkeersleiders? Kijk dan de onderstaande video:
Wil je meer weten over de voorbereiding van een piloot? Kijk dan de onderstaande video:
4.2. Verkeer te water
Verkeer te water
Verkeer te water is alle beweging van boten, schepen en andere vaartuigen op de zee, in havens en bij de kust. Voor Sint Maarten, als eiland omringd door de prachtige Caribische Zee, is waterverkeer ontzettend belangrijk voor zowel het dagelijkse leven als de toeristische industrie.
Waterverkeer rondom Sint Maarten
Rondom Sint Maarten zie je veel verschillende soorten vaartuigen. In de haven van Philipsburg komen regelmatig grote cruiseschepen aan met duizenden toeristen. Deze enorme schepen zijn soms wel zo groot als een flatgebouw! Ook vrachtschepen brengen belangrijke goederen naar het eiland: van voedsel in de supermarkt tot brandstof voor auto's.
Voor de kust zie je veel kleinere boten. Boten nemen toeristen mee naar de bekende snorkel- en duikplekken rond het eiland. Zeilboten van bezoekers liggen aangemeerd in de jachthaven bij Simpson Bay, een van de grootste lagunen in het Caribisch gebied. Lokale vissers varen uit in hun kleine motorboten om verse vis te vangen. Watertaxi's die de Nederlandse en Franse kant verbinden, en ferries naar naburige eilanden zoals Anguilla en St. Barths, zijn ook heel belangrijk — deze boten brengen mensen dagelijks heen en weer voor werk, winkelen en vrije tijd.
De kapitein: de bestuurder van schepen
Net zoals een auto een bestuurder heeft, heeft elk schip een kapitein. De kapitein is de belangrijkste persoon aan boord en verantwoordelijk voor de veiligheid van alle passagiers en de bemanning. Er zijn verschillende soorten kapiteins:
Een scheepskapitein van een cruiseschip heeft jarenlange opleiding gehad en kan enorme schepen besturen met duizenden mensen aan boord. De snorkel- of duikbootkapitein kent alle plekken rond Sint Maarten perfect en weet precies waar de mooiste koralen en vissen te vinden zijn. Een visserskapitein kent de zee rond Sint Maarten als zijn broekzak en weet waar de beste visplekken zijn. Ook de watertaxi-kapitein die passagiers vervoert tussen Philipsburg en de Franse kant, moet goed opgeleid zijn om passagiers veilig over te brengen.
Vaarbewijsvereisten op Sint Maarten
Op Sint Maarten moet iedereen die een commerciële boot heeft — dus mensen die toeristen meenemen of boten verhuren — een geldig vaarbewijs hebben. Dit betekent dat kapiteins een speciale cursus moeten volgen en een examen moeten halen om te bewijzen dat ze veilig kunnen varen.
Kennis die nodig is voor een vaarbewijs
Om een vaarbewijs te halen, moeten kapiteins veel verschillende dingen leren. Ze moeten bijvoorbeeld weten hoe ze de weersomstandigheden kunnen lezen — wanneer is het te winderig om veilig te varen en hoe herken je een storm die eraan komt? Ook moeten ze de vaarregels kennen: welke boot heeft voorrang, hoe geef je richting aan met lichten, en hoe ver moet je van andere boten blijven?
Navigatie is ook heel belangrijk. Kapiteins moeten kunnen lezen van kaarten en weten hoe ze een kompas gebruiken om de juiste richting te vinden. Ze moeten de diepte van het water kunnen meten om ervoor te zorgen dat hun boot niet vastloopt op ondiepe plekken.
Veiligheid staat voorop, dus moeten ze weten waar alle reddingsvesten zijn, hoe je de noodradio gebruikt, en wat je moet doen als er brand uitbreekt. Ook moeten ze eerste hulp kunnen verlenen als iemand gewond raakt.
Op Sint Maarten is het extra belangrijk dat kapiteins weten hoe ze het koraalrif en de mariene omgeving moeten beschermen. Ze mogen niet te dicht bij het koraal varen en moeten weten welke gebieden beschermd zijn. De wateren rond Sint Maarten herbergen prachtig zeeleven dat we samen moeten beschermen.
Deze regels zijn er gekomen omdat er steeds meer boten rond Sint Maarten varen en de veiligheid op het water heel belangrijk is. Net zoals je een rijbewijs nodig hebt voor een auto, heb je ook een vaarbewijs nodig voor bepaalde boten op Sint Maarten!
4.3. Landverkeer

Landverkeer op Sint Maarten
Als voetganger, chauffeur, passagier en fietser behoor je tot verkeer te land. Zodra je aan het verkeer deelneemt, moet je de hoofdregel van het verkeer kennen en goed toepassen: Houd rekening met elkaar.
Deze hoofdregel geldt overal ter wereld, ook op ons mooie eiland Sint Maarten. Of je nu door de drukke straten van Philipsburg loopt, langs de kust naar Simpson Bay fietst, of met je familie een ritje maakt naar het strand bij Orient Bay — je moet altijd rekening houden met andere weggebruikers.
Wat mag je niet doen volgens de hoofdregel?
- Je mag het verkeer niet onnodig hinderen
- Je mag het andere verkeer niet in gevaar brengen
- Je mag ook niets doen waardoor gevaar zou kunnen ontstaan in het verkeer
Dit betekent bijvoorbeeld dat je niet zomaar moet stoppen midden op de weg om een foto te maken, of dat je niet plotseling moet afslaan zonder richting aan te geven. Op Sint Maarten zie je dit helaas nog wel eens gebeuren, vooral door toeristen die opgewonden raken als ze leguanen of andere dieren langs de weg zien.
Weggebruikers op Sint Maarten
In het verkeer ben je nooit alleen. Je zult heus wel andere weggebruikers tegenkomen. De ene zit op een fiets, een ander in de auto. Soms zie je ook kinderen op een skateboard. Dit is, net als rolschaatsen en spelen op de weg, verboden en heel gevaarlijk — vooral op een eiland waar veel auto's en minibussen rijden die slecht zicht hebben op kleine kinderen.
Weggebruikers die we op Sint Maarten in het verkeer kunnen tegenkomen zijn bijvoorbeeld:
- Een ouder met kinderwagen die naar de speeltuin loopt
- Toeristen die door Philipsburg of Marigot wandelen
- Fietsers op weg naar school of werk
- Automobilisten en minibuschauffeurs
- Arbeiders die een kruiwagen voortduwen bij bouwwerkzaamheden
- Soms ruiters, vooral in de rustigere delen van het eiland
Verschillende soorten weggebruikers
Met weggebruikers bedoelen we dus:
- Mensen die zich op de openbare weg laten verplaatsen door middel van een voertuig, bijvoorbeeld auto's, fietsen, fatbikes
- Mensen die bepaalde voertuigen voortduwen, bijvoorbeeld een ouder met kinderwagen of een ijscoman met zijn karretje
- Mensen te voet op de openbare weg
Wie mag waar rijden?
Je hebt gemerkt dat er weggebruikers zijn die gebruik maken van de weg en anderen van de berm of het trottoir. Elke weggebruiker heeft dus zijn eigen plaats op de weg. Het zijn duidelijke afspraken waaraan we ons moeten houden. Dit in verband met onze eigen veiligheid en die van de andere weggebruikers.
Op Sint Maarten zijn de trottoirs vooral te vinden in Philipsburg en in de drukkere gebieden. In andere delen van het eiland loop je vaak op de berm of zelfs op de weg zelf, omdat er geen trottoirs zijn. Dit maakt het extra belangrijk dat iedereen de regels kent!
Alleen de volgende voertuigen mogen gebruik maken van de rijweg: auto's, vrachtwagens, bussen, motorfietsen, scooters, fietsen, fatbikes en paarden met ruiters. Deze zijn de motorvoertuigen en de niet-motorvoertuigen.
De andere weggebruikers mogen geen gebruik maken van de rijweg. Deze zijn onder andere: ouder met kinderwagen, arbeider met kruiwagen, invalidenwagens, rolschaatsende personen, speelgoedvoertuigen, kinderen op steps of skelters.
Bijzondere situaties op Sint Maarten
Op Sint Maarten hebben we ook bijzondere verkeerssituaties. Leguanen steken soms de weg over, vooral als het warm is. Je moet altijd vaart minderen en ze de ruimte geven om veilig over te steken. In sommige buurten kom je ook geiten of kippen op de weg tegen.
Bij de haven in Philipsburg zie je soms grote vrachtwagens die containers vervoeren. Deze hebben veel ruimte nodig om te draaien en andere weggebruikers moeten daar rekening mee houden.
De drie hoofdgroepen van landverkeer
Zo zijn we dus tot de volgende indeling gekomen over het verkeer te land op Sint Maarten:
- Voetgangers — Bijvoorbeeld: mensen die te voet ergens naartoe gaan, toeristen die door Philipsburg wandelen, kinderen die naar school lopen
- Niet-motorvoertuigen (hebben geen motor) — Bijvoorbeeld: gewone fietsen, karretjes, paarden met ruiters
- Motorvoertuigen (hebben wel een motor) — Bijvoorbeeld: auto's, fatbikes, scooters, bussen, vrachtwagens
Door deze indeling te begrijpen en de hoofdregel "houd rekening met elkaar" toe te passen, kunnen we ervoor zorgen dat het landverkeer op Sint Maarten veilig blijft voor iedereen!
Voetgangers,
5. De hoofdregel van het verkeer
De hoofdregel van het verkeer
De belangrijkste regel in het verkeer is heel simpel maar ook heel krachtig: "Houd rekening met elkaar." Deze hoofdregel geldt voor iedereen die deelneemt aan het verkeer, of je nu loopt, fietst, of in een auto zit. Het is de basis van alle andere verkeersregels en zorgt ervoor dat iedereen veilig van punt A naar punt B kan komen.
Wat betekent "rekening houden met elkaar"?
Rekening houden betekent dat je altijd nadenkt over andere mensen in het verkeer. Als je fietst naar school, kijk je goed uit voor voetgangers op het trottoir. Als je ouders rijden, letten zij op fietsers en laten ze voetgangers oversteken bij zebrapaden. Het betekent ook dat je voorspelbaar gedrag vertoont — geen plotselinge bewegingen maken die anderen kunnen verrassen.
Op Sint Maarten is dit extra belangrijk. Toeristen kennen onze wegen niet goed en kunnen onverwachts stoppen voor een mooie foto van de omgeving of de beroemde laagvliegende vliegtuigen bij Maho Beach. Locals moeten daar begrip voor hebben en voldoende afstand houden. Omgekeerd moeten toeristen rekening houden met schoolkinderen die elke dag dezelfde route fietsen naar school.
De drie verboden van de hoofdregel
Uit de hoofdregel volgen drie belangrijke verboden:
- Je mag het verkeer niet onnodig hinderen. Bijvoorbeeld: niet midden op de weg blijven staan om te kletsen
- Je mag andere weggebruikers niet in gevaar brengen. Bijvoorbeeld: niet plots afslaan zonder richting aan te geven
- Je mag niets doen waardoor gevaar zou kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld: niet met je telefoon spelen tijdens het fietsen
Wat moet je WEL doen volgens de hoofdregel?
- Als fietser: je hand uitsteken als je gaat afslaan, zodat auto's weten wat je van plan bent
- Als voetganger: kijken naar links en rechts voordat je oversteekt, ook op een zebrapad
- Als passagier in een auto: je gordel omdoen en de bestuurder niet afleiden
- Wachten tot leguanen of andere dieren de weg hebben verlaten — zij hebben altijd voorrang
- Een helm dragen op je fatbike of scooter
- Afstand houden van de auto voor je, vooral als het regent
Wat moet je NIET doen volgens de hoofdregel?
- Als fietser: plotseling afslaan zonder te kijken of je hand uit te steken
- Met je telefoon bezig zijn terwijl je fietst of als bestuurder rijdt
- Hard rennen over een zebrapad zonder te kijken
- Midden op de weg stoppen om foto's te maken
- Racen met je fatbike door drukke gebieden tussen voetgangers door
- Muziek zo hard hebben dat je andere verkeersgeluiden niet hoort
Waarom is deze regel zo belangrijk?
Verkeer werkt alleen als iedereen samenwerkt. Net zoals een dans waarbij alle dansers op elkaar moeten letten, moeten alle verkeersdeelnemers op elkaar letten. Een automobilist die te hard rijdt, een fietser die door rood licht gaat, of een voetganger die niet oplet — elk van deze gedragingen kan gevaarlijke situaties veroorzaken.
De hoofdregel "houd rekening met elkaar" zorgt ervoor dat het verkeer op Sint Maarten veilig en prettig blijft voor iedereen. Het is een regel die vanuit respect en zorgzaamheid komt — eigenschappen die perfect passen bij de vriendelijke cultuur van ons eiland.
6. De wegen
De wegen
In hoofdstuk 1 hebben we al gelezen hoe de wegen zijn ontstaan. De mens gebruikte paden gemaakt door wilde dieren of ze moesten zelf wegen maken door onkruid weg te halen. Deze wegen waren allemaal van zand. Langzamerhand ontstond de behoefte aan betere wegen, vooral vanwege het gebruik door auto's. Men ging toen over op het aanleggen van wegen.
Eerst hadden we alleen wegen gemaakt van speciale stenen. Later gebruikte men beton en asfalt. Op ons eiland zijn lang niet alle wegen gemaakt van asfalt, beton of speciale stenen. Er zijn nog een heleboel wegen van zand.
Als we rondkijken, kunnen we zeggen dat er twee soorten wegen zijn:
1. Verharde wegen Verharde wegen zijn wegen waar men een dikke laag asfalt of beton heeft aangebracht of wegen die men heeft betegeld met speciale stenen.
2. Onverharde wegen Onverharde wegen zijn wegen van zand of grind. Het woord zegt het al — de wegen zijn niet verhard.
Met het aanleggen van wegen is het gemakkelijker geworden om ergens heen te gaan.
De mens heeft niet zomaar wegen aangelegd. Er is ook rekening gehouden met de hoeveelheid verkeer die van deze wegen gebruik moet gaan maken. Soms zie je ook dat een weg breder wordt gemaakt om meer verkeer te kunnen verwerken.
Alle wegen komen op de één of andere manier bij elkaar — ze hebben een vorm.
Als je goed kijkt hoe de wegen bij elkaar komen, dan zal het je opvallen dat er vier mogelijkheden zijn, namelijk:
- Kruising
- Halve kruising of T-kruising
- Splitsing
- Rotonde
Kruising
Halve kruising of T-kruising
Splitsing
Rotonde
Ga na in de buurt van je school op welke wijze de wegen bij elkaar komen!
7. Beeld van de weg
In het verkeer ben je nooit alleen. Er zijn ook andere verkeersdeelnemers. Je moet er altijd voor zorgen dat jouw veiligheid en die van de andere verkeersdeelnemers niet zonder noodzaak in gevaar wordt gebracht. Zodra iemand zich op de openbare weg bevindt, moet hij ervoor zorgen om een goed overzicht op de weg te hebben. Dat goede overzicht op de weg dat je dan voor je hebt, noemen we: het beeld van de weg.
Mensen zien er niet allemaal hetzelfde uit. Dat is met de straten en wegen ook zo. Er zijn asfaltwegen en zandwegen. De ene weg is gezellig druk en smal, een andere weg kan stil en breed zijn. Op een stille brede weg voel je je misschien eenzaam en verlaten. Op een smalle en drukke weg moet je juist goed opletten. De auto's op de drukke weg rijden misschien langzamer en op de brede weg wat harder. Dus het beeld van de weg heeft ook veel te maken met het gedrag van de verkeersdeelnemers. Het beeld van de weg kan van moment tot moment veranderen. Op een gegeven ogenblik kan het op de weg rustig zijn om even later druk te worden. Dit betekent dat je altijd goed moet opletten en voorzichtig moet zijn.
Ook jouw bekende route van school naar huis kan veranderen.
Stel je voor dat er op een dag arbeiders langs de weg aan het werken zijn. Je krijgt dan een ander straatbeeld (= wegbeeld).
In een onbekende omgeving kan het straatbeeld soms zeer verraderlijk en verleidelijk zijn. Dit kan veroorzaakt worden door een onverwacht scherpe bocht, het ontbreken van een trottoir of door struiken langs de weg. Aan de hand van het wegbeeld is het verstandig om je plaats op de weg te bepalen. Met andere woorden: jouw plaats op de weg is afhankelijk van het beeld van de weg.
Als er bijvoorbeeld langs de weg gewerkt wordt, kun je te maken krijgen met een opengebroken berm. Het is dan misschien wenselijk om niet achter elkaar te gaan lopen maar om over te steken en aan de andere kant te gaan lopen. Of je moet eerst goed uitkijken of het veilig is om even over de weg te lopen.
Op Sint Maarten kan het wegbeeld snel veranderen. Een druk toeristisch gebied zoals Philipsburg kan plotseling heel vol worden als er een cruiseschip aanmeert. Een rustige weg bij Cole Bay kan veranderen als er een bouwproject start. Blijf altijd alert en pas je gedrag aan op wat je om je heen ziet.
Dit moet je onthouden:
Hoe zien de wegen eruit:
- Asfaltwegen (verhard) of zandwegen (onverhard)
- Drukke of stille wegen
Gedrag van de verkeersdeelnemers:
- Rijden ze langzaam of hard
- Lopen er mensen of dieren op de weg
Verandering van het straatbeeld:
- Arbeiders langs de weg
- Onverwachte bochten, enz.
8. De voetganger in het verkeer
De voetganger in het verkeer
De voetganger behoort ook tot het verkeer. Je weet al wie een voetganger is. Dat is iemand die te voet, op de openbare weg ergens naar toe gaat.
De voetganger moet altijd goed uitkijken en opletten, want hij heeft in het verkeer geen bescherming. Bij een ongeluk wordt hij direct geraakt. Op ons eiland moet een voetganger nog beter uitkijken. Er zijn hier te weinig trottoirs en bermen. Vaak vind je langs de weg ook nog struiken en bomen. De voetganger moet dus dikwijls gebruik maken van de rijweg en daar zijn voor hem de gevaren erg groot.
Dit is heel belangrijk:
Als er een trottoir of een berm langs de weg is, moet de voetganger altijd in de berm of op het trottoir lopen. Is er geen trottoir en ook geen berm, dan moet de voetganger aan de linkerkant van de weg lopen, zodat hij het verkeer goed kan zien aankomen.
Wanneer heeft een voetganger voorrang?
Een voetganger heeft soms voorrang. Toch moet je altijd uitkijken of je wel voorrang krijgt. Het hebben van voorrang en het krijgen zijn twee verschillende dingen.
- Als een voetganger rechtdoor op dezelfde weg gaat en een bestuurder van een auto of fiets wil voor je langs afslaan, heeft een voetganger voorrang.
- Als je wilt oversteken op een zebrapad heeft een voetganger ook voorrang.
Controleer of je de regels goed begrepen hebt. Geef in de onderstaande plaatjes de juiste volgorde aan.
Hoe moet een voetganger oversteken?
Als een jongen of meisje een ongeluk in het verkeer heeft gehad dan blijkt het bijna altijd dat het kind op onvoorzichtige wijze de weg heeft overgestoken. Het is heel belangrijk om veilig de weg over te steken.
Steek altijd de straat over op een plaats waar je het verkeer dat jou van links en rechts nadert, goed kan zien aankomen.
Om goed en veilig over te steken moet elke voetganger zich aan de volgende regels houden:
- Stilstaan aan de kant van de weg
- Eerst naar links kijken (omdat je eerst in botsing kan komen met het verkeer van links)
- Dan naar rechts kijken
- Weer naar links kijken
- Is de weg links en rechts veilig? Dan pas recht en vlug oversteken. Voorkom het teruglopen en altijd blijven kijken. Nooit rennend de weg oversteken.
Zorg altijd dat je gezien wordt
Een bus stopt op vele plaatsen om mensen in of uit te laten stappen. Soms stap je uit de bus en moet je oversteken.
Het oversteken gaat dan niet zo gemakkelijk, omdat de bus jouw wegbeeld belemmert. Je hebt dan geen goed overzicht op de weg. Het is dan heel verstandig en veilig om te wachten totdat de bus wegrijdt. Moet een bus wat langer blijven staan, steek dan nooit vóór de bus de weg over. Altijd achter de bus langs oversteken.
Het kan ook voorkomen dat je over moet steken, maar dat het wegbeeld verhinderd wordt door langs de weg geparkeerde auto's. Om toch een goed overzicht te hebben op de weg is het aan te bevelen om tussen de geparkeerde auto's te gaan en dan de vijf regels voor het oversteken toe te passen.
Indien het mogelijk is, steek dan altijd over bij voetgangerslichten, zebrapaden of bij een schoolbrigadier.
Gelukkig worden er ook verkeerslichten geplaatst. Bij deze verkeerslichten zijn er soms ook lichten voor de voetgangers. Net als de bestuurders van motorvoertuigen en niet-motorvoertuigen moet de voetganger ook opletten. Direct als het licht op groen springt, moet de voetganger recht en vlug oversteken. Maar zoals altijd moet je eerst goed opletten op het verkeer.
Staat het voetgangerslicht op rood, dan mag de voetganger niet oversteken. Bij het voetgangerslicht zit ook dikwijls een knop. Er staat een plaatje boven, waarop staat dat je de knop moet indrukken als je wilt oversteken. Druk dan rustig op de knop en wacht tot het voetgangerslicht op groen springt. Wees niet ongeduldig!
De oversteekplaatsen of zebrapaden zijn speciaal gemaakt om het oversteken veiliger te maken. De automobilisten weten dat er bij een zebrapad mensen kunnen zijn die over willen steken en moeten dan extra goed opletten. Zebrapaden vind je bijna altijd in de buurt van scholen, kerken en drukke kruispunten.
Pas altijd de vijf regels toe die je geleerd hebt voor het oversteken, want er zijn soms automobilisten die niet goed opletten!
Veel scholen maken gebruik van schoolbrigadiers om de kinderen en hun ouders te helpen bij het oversteken. Je ziet ze vaak na schooltijd met hun uniform aan en een stopbordje in de hand.
Op een fluitteken van de onderwijzer of onderwijzeres stoppen ze het verkeer. Zodra de brigadiertjes hun stopbordje omhoogsteken, moeten alle voertuigen die zich op de rijweg bevinden stoppen. De voetgangers kunnen dan veilig tussen de brigadiertjes oversteken. Gelukkig doen de meeste kinderen en ouders dat altijd netjes.
Jammer dat er sommige kinderen en volwassenen denken dat dit stopteken niet voor hen bedoeld is. Weer andere volwassenen hebben zo'n haast dat ze ergens anders oversteken. Dit is een slecht voorbeeld. Als je moeder, vader, broer, zus of een ander familielid of vriend niet wacht, waarschuw ze even. Zodat ze er een volgende keer aan denken. Zo help je ook aan de veiligheid van het verkeer. En denk erom — jij moet ook een goed voorbeeld geven. Steek altijd over bij een oversteekplaats en wacht op het teken van de verkeersbrigadiers.
Nog enkele punten die voor een voetganger van zeer groot belang zijn
- Pas altijd goed op je broertjes, zusjes en vriendjes. Hou ze stevig vast bij de hand, zodat ze niet plotseling kunnen wegrennen.
- Kinderen moeten niet lopen waar het rijdend verkeer langs komt. Dus kinderen lopen aan de linkerkant van een ouder persoon.
- Als het regent, moet de voetganger extra voorzichtig zijn. Kijk goed uit als je de weg oversteekt, want de bestuurders kunnen hun voertuigen niet even snel afremmen. De kans op een ongeluk is dus bij regenweer veel groter. Op Sint Maarten kunnen regenbuien plotseling opkomen — wees altijd extra alert als dit gebeurt.
- Spelen op straat is levensgevaarlijk. Neem dus als je ergens naar toe gaat geen speelgoed mee om onderweg te spelen. Je kijkt dan minder goed naar het verkeer.
- Al zie je iemand aan de overkant naar jou zwaaien, denk eerst altijd aan de vijf regels voordat je naar de overkant stapt.
- Als je met de auto naar school gebracht of gehaald wordt, is het verstandig van de chauffeur om je aan de kant van de school te laten uit- of instappen — je hoeft dan niet over te steken.
- Vraag aan de chauffeur die jou naar school brengt of van school haalt om alstublieft niet op de oversteekplaats of vóór de schoolpoort te stoppen. De kinderen kunnen dan niet veilig oversteken. De auto belemmert het zicht als de kinderen willen oversteken en omdat de auto op de berm staat, is het lopen op de berm ook onmogelijk.
- Als je ergens moet zijn, zorg ervoor dat je vroeg van huis vertrekt. Ben je te laat, ga dan niet hollen en steek niet onvoorzichtig over. Het is beter dat je laat op de plaats van bestemming komt, dan te vroeg in het ziekenhuis.
- Trek als het donker is iets licht van kleur aan. Bijvoorbeeld een wit shirt. Tegenwoordig heb je ook gympjes die bij het lopen een licht uitstralen.
9. De fiets
Op ons eiland zijn er heel wat fietsen. Sommige kinderen mogen met hun fiets de openbare weg op. Zodra je met de fiets op de openbare weg bent, behoor je tot het verkeer en moet je de verkeersregels voor de fietser toepassen. Hier op ons eiland zijn er bijna geen fietspaden en dus moet de fietser gebruik maken van de wegen die bestemd zijn voor het overige verkeer. Hierdoor is het risico van een ongeluk voor fietsers erg groot.
Aan welke eisen moet een fiets in het verkeer voldoen?
- Een fiets moet een goedwerkend stuur hebben.
- Een fiets moet een goedwerkende bel hebben.
- Een fiets moet minstens één goed werkende rem hebben.
- 's Avonds moet een fiets een brandend voorlicht hebben, wit of geel van kleur, een brandend rood achterlicht en een reflector. (Sommige fietsen komen al met hun reflector.)
Voor de veiligheid is het ook verstandig als je fiets het volgende heeft:
- De bel is hoorbaar tot 25 meter van de fiets vandaan.
- Je fiets moet een achterspatbord hebben, waarvan een gedeelte van 30 cm lang wit van kleur moet zijn.
Je fiets moet dus voldoen aan de eerste 4 punten. Maar voor een veilige fiets, moet je fiets voldoen aan alle 6 punten.
Wat mag je niet als fietser?
- Je mag je niet door een ander voertuig laten voortrekken.
- Je mag niet zonder handen rijden.
- Je voeten moeten op de trappers zijn.
Wat moet een fietser goed weten voordat hij op de openbare weg gaat?
- Een fietser moet altijd minstens één hand aan het stuur hebben. Een fietser moet beide voeten op de trappers hebben.
- Fietsers rijden maximaal twee naast elkaar.
- Het voorlicht van de fiets moet schuin naar beneden uitstralen en mag niet verblindend werken voor de andere weggebruikers.
- Een fietser moet rechts van de weg rijden en links inhalen.
- Een fietser moet een bocht naar links zo groot mogelijk maken en een bocht naar rechts zo klein mogelijk maken.
- Een fietser moet altijd duidelijk aangeven wat hij van plan is te gaan doen. Dit is in het belang van zijn eigen veiligheid en ook die van een ander. Dus:
- Wil een fietser links afslaan, dan moet hij eerst omkijken of er ander verkeer aankomt. Hij moet duidelijk aangeven dat hij links wil afslaan door zijn linkerhand uit te steken. Een fietser die wil stoppen moet dit ook heel goed aangeven door zijn linkerhand op en neer te bewegen.
- Een fietser mag maar één passagier vervoeren en alleen als de fiets daarvoor ingericht is. Dus met een zitje (bijvoorbeeld een bagagedrager) en voetsteunen.
- Een fietser mag niets op de fiets meenemen dat breder is dan 75 cm.
- Een fietser mag zich nooit laten voorttrekken door een andere fietser of een ander voertuig.
- Een fietser mag geen gevaarlijke voorwerpen op zijn fiets meenemen.
10. Taal van de weg
Een auto kan niet praten. Een weg kan niets zeggen. En als fietser roept dat hij links wil afslaan, hoort niemand wat hij zegt. Toch moeten de auto, de weg en de fietser de hele tijd dingen aan elkaar vertellen zoals: wanneer ze links- of rechtsaf willen gaan, waar men moet rijden, en waar je moet stoppen en waar je niet mag inrijden. Auto's, wegen, fietsers en voetgangers kunnen gelukkig ook zonder woorden met elkaar praten. Ze geven elkaar tekens.
Het gebruik van tekens begon al heel lang geleden. Denk eens aan de indiaanse tekens die we in grotten kunnen zien. Tot de dag van vandaag maken we veel gebruik van tekens. Denk eens aan de gebarentaal waarmee mensen met spraak- en of gehoormoeilijkheden met elkaar communiceren en de verschillende tekens op of naast de weg. Het voordeel van het gebruik van tekens is dat iedereen ze kan begrijpen, ongeacht de taal die men spreekt.
Maar vergis je niet! Tekens worden niet zomaar gebruikt. Er zijn regels aan verbonden.
Tekens verstrekken informatie, ze vertellen iets.
Als je goed oplet, merk je dat er overal tekens zijn die zeggen wat je wel of niet mag doen, dat je moet opletten, enzovoorts.
Bij de meeste tekens zie je alleen een afbeelding, dus er staan geen woorden bij. Ook in het verkeer moet men met tekens werken. Tekens op het wegdek, tekens langs de weg en tekens die wij zelf moeten geven. Zo praten we met elkaar in het verkeer. Dus in het verkeer gebruiken we als het ware een taal.
Die taal noemen we: Taal van de weg
De taal van de weg verdelen we in:
- actieve taal van de weg
- passieve taal van de weg
10.1. Actieve taal van de weg
Met actieve taal van de weg bedoelen we die handelingen die de mens in het verkeer verricht, om de andere weggebruiker duidelijk te laten zien wat hij van plan is.
Onder actieve taal van de weg vallen:
- Tekens die je zelf geeft
- Tekens die andere mensen geven (via hun voertuig)
- Tekens van verkeersregelaars
1. Tekens die je zelf geeft
- Bellen: het is altijd verplicht andere weggebruikers te waarschuwen voor gevaar.
- Arm uitsteken: het is verplicht je arm uit te steken als je van richting wilt veranderen.
2. Tekens die andere mensen geven (via hun voertuig)
- Via hun voertuig kunnen mensen veel tekens geven. Hiermee maken ze andere weggebruikers iets duidelijk. Te denken valt aan de richtingaanwijzers, remlichten, achteruitrijdlichten, claxon, enz.
- De politie, brandweer en ziekenauto's hebben voorrang als zij gebruik maken van hun meer tonige hoorn en zwaailicht.
3. Tekens van verkeersregelaars
Tekens van een politieagent(e) of een verkeersbrigadier moeten altijd opgevolgd worden.
Conclusie:
Handelingen die je zelf of een ander verricht, tekens die jezelf of een ander geeft om iets duidelijk te maken aan de andere verkeersdeelnemers, noemen we de actieve taal van de weg.
10.2. Passieve taal van de weg
1. Verkeerslichten
2. Voetgangerslichten:
- Groen: uitkijken en oversteken
- Groen knipperlicht: niet meer beginnen met oversteken; ben je aan het oversteken, dan vlug doorlopen
- Rood: nooit oversteken
Veel voetgangerslichten werken als je op de drukknop indrukt. Sommige lichten maken geluid: bij rood licht een tikkend geluid en bij groen licht een ratelend geluid. Zo kunnen blinden en slechtzienden horen of het licht op groen of op rood staat.
B. Verkeersborden
C. Tekens die op het wegdek geschilderd worden
1. Voorsorteervakken Afspraken:
- Je moet rijden in het vak of op de strook waarin de pijl staat in de richting die je wilt volgen; zodra je naast een doorgetrokken lijn rijdt, mag je het vak niet meer verlaten.
2. Stippellijnen Twee richtingen. Je mag als het nodig is, over die streep heen.
3. Doorgetrokken lijnen Bij een doorgetrokken lijn mag je niet over de lijn komen.
4. Rechthoekjes Inrijdzijde (soms over de volle breedte van de weg, éénrichtingsverkeer, en soms gedeeltelijk).
5. Zebrapaden
- Steek over bij het zebrapad, als dat dichtbij is; wacht met het oversteken tot het verkeer voor jou stopt of voorbij is;
- Blijf goed uitkijken als je oversteekt.
6. Stopstreep Je moet stoppen voor de stoplijn, ook al is er geen verkeer op de andere weg.
7. Haaientanden Je moet iedereen die van links en van rechts komt aanrijden voor laten gaan (= voorrang geven). Soms over de hele breedte van de weg, wanneer je een éénrichtingsverkeersweg verlaat.
8. Combinatie haaientanden/stopstreep Je moet stoppen en iedereen voor laten gaan.
9. Verkeersdrempel Op bepaalde plaatsen worden soms voor de veiligheid van de voetgangers verkeersdrempels geplaatst. Een verkeersdrempel dwingt een automobilist om snelheid te verminderen.
Conclusie:
Tekens die langs de weg staan en die op het wegdek geschilderd worden om de verkeersdeelnemers iets duidelijk te maken, noemen we de passieve taal van de weg.
We kunnen dus zeggen dat het verkeer te land geregeld kan worden door:
- Afspraken — Bijvoorbeeld: we fietsen en lopen rechts; bij richtingsverandering steken we de arm uit.
- Verkeersborden — Zie volgend hoofdstuk.
- Tekens op de weg — Bijvoorbeeld: stippellijn, haaientanden.
- Verkeerslichten — Bijvoorbeeld: als het licht op rood springt, moet je stoppen.
- Verkeersregelaars — Bijvoorbeeld: politieagenten, brigadiertjes.
10.3. Borden
Als je langs de weg kijkt, zie je een heleboel soorten borden. Bijvoorbeeld reclameborden, aanduidingsborden, uithangborden en verkeersborden. Al deze borden vertellen je iets.
Met reclameborden maken de winkeliers en fabrikanten reclame voor hun winkels of producten (bijvoorbeeld een bouwmarkt of supermarkt). Met aanduidingsborden duiden we iets aan, bijvoorbeeld een benzinepomp. Door gebruik te maken van uithangborden zijn de winkels van ver te zien en te herkennen (zoals een pizzeria of een kruidenierswinkel). En verkeersborden vertellen ons iets wat te maken heeft met het verkeer.
Heel lang geleden waren er geen borden nodig. Er waren heel weinig auto's en die reden niet hard. Als twee auto's tegelijk bij een kruispunt kwamen, wat heel weinig gebeurde, dan liet één van de auto's de ander voorgaan. Later kwamen er een heleboel auto's en kon men dit niet meer doen. Er kwamen, zoals we al hebben geleerd, de verkeersregels en ook de borden. Zo kan iedereen nu weten wanneer hij voorrang heeft, wanneer hij iemand voor moet laten gaan of wanneer hij iets wel of niet mag doen. Verkeersborden vergroten de veiligheid van de weggebruikers.
Op ons eiland staan er heel wat verkeersborden.
Naar hun vorm en kleur kunnen we de verkeersborden in 5 categorieën verdelen. Om de borden uit elkaar te houden gebruiken we een vast beginpunt.
Door de borden naar vorm en kleur te verdelen, zijn de borden nu gemakkelijk te herkennen.
Bijvoorbeeld als je dit bord ziet, dan weet je dat dit bord een pas op bord is.
Waarom? De vorm is driehoekig met een rode rand. Dus als je zo'n bord ziet, dan weet je direct dat je op moet passen.
Op deze manier kun je ook alle andere borden, die niet in het verkeer thuishoren, herkennen.
10.4. Relatie verkeersborden
Er is een relatie tussen de verkeersborden en de andere soort borden, die we op verschillende plaatsen kunnen tegenkomen. Deze borden hebben niets te maken met het verkeer. Maar voor het gebruik van deze borden gelden dezelfde regels als die in het verkeer.
Hieronder zie je enkele voorbeelden van deze borden.
Ken je een van deze borden? Waar heb je een van deze borden gezien? Ken je nog meer van deze borden?
10.5. Verkeersborden
Je rijdt op een voorrangsweg.Je hebt voorrang. | |
Hier eindigt de voorrangsweg | |
Op deze kruising of splitsing heb je voorrang. | |
Je nadert een voorrangsweg, - kruising of -splitsing. Je moet voorrang geven. | |
Je moet voorrang geven aan al het verkeer op de andere weg. Je bent verplicht te stoppen. | |
![]() | Groen verkeerslicht. Je mag doorrijden. |
![]() | Rood verkeerslicht. Stoppen voor de stoplijn. |
| Geel verkeerslicht. Als je kunt, moet je stoppen voor de stoplijn. |
| Je moet doorrijden in de aangegeven richting. |
![]() | Je moet de pijl volgen |
| Je moet de aangegeven richting volgen |
![]() | Je moet hier één van de zijden voorbijgaan |
![]() | Je moet de rijrichting volgen. |
![]() | Je moet hier naar rechts |
![]() | Je moet hier één van de rijrichtingen volgen. |
![]() | Je moet hier fietsen |
![]() | Je moet hier dit voetpad gebruiken |
| Dit is het einde van dit voetpad |
![]() | Hier is een éénrichtingsweg, behalve voor voetgangers; inrijden toegestaan voor alle verkeer |
Eénrichtingsweg, behalve voor voetgangers; inrijden toegestaan voor alle verkeer | |
| Hier is een bushalte. Alleen autobussen mogen hier stoppen. |
| Hier is een brandput |
![]() | Hier is een situatie waar je door mag rijden. Het verkeer uit de tegengestelde richting moet wachten. |
Hier is een parkeerplaats. | |
![]() | Hier is een standplaats voor taxi's. |
Hier is een parkeerplaats voor invalidenvoertuig | |
![]() | Je mag hier niet parkeren. |
![]() | Je mag hier niet stilstaan |
![]() | Je mag hier niet in (van beide kanten). |
![]() | Je mag hier niet in (van een kant). |
Je mag hier niet in voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. | |
![]() | Je mag hier niet in voor brommers en motorfietsen. |
![]() | Je mag hier niet in voor fietsen. |
![]() | Je mag hier niet lopen. |
Je mag hier niet in voor motorvoertuigen met een aanhangwagen. | |
Je mag hier niet in voor alle motorvoertuigen | |
Je mag hier niet keren | |
Je mag hier niet doorrijden als er uit de tegengestelde ricthing verkeer aankomt. Je moet voorrang geven. | |
Pas op, oversteekplaats voor voetgangers | |
Pas op, kinderen in de buurt. | |
Pas op, voetgangers | |
![]() | Pas op, fietsers |
| Pas op, opengebroken weg |
| Pas op, slipgevaar |
Pas op, kuilen of gaten in de weg | |
Pas op, gevaarlijke kruispunt | |
Pas op, bocht naar rechts | |
Pas op, bocht naar links | |
Pas op, vee | |
Pas op..... Het gevaar wordt aangegeven onder het bord. bv uitrijdende trucks | |
|
|
| Stopteken door een verkeersbrigadier | |
![]() | Hier is een doodlopende weg |
| |
Bebouwde kom | |
Einde bebouwde kom | |
11. Voorrang en voor laten gaan
Als iedereen tegelijkertijd gaat rijden wordt het een chaos! Daarom zijn er voorrangsregels gemaakt. Maar let op — voorrang heb je niet, dat krijg je! Altijd blijven opletten dus!
Wat betekent voorrang?
Als je op de weg fietst, kun je te maken krijgen met rijverkeer uit een zijweg. Je moet dan goed weten of je wel of niet voor mag gaan. Soms moet je stoppen om een ander voor te laten gaan. Je moet voorrang geven. Soms moet een ander stoppen om jou voor te laten gaan. Je moet voorrang krijgen.
Voorrang betekent dus: het eerst mogen gaan.
In het verkeer is voorrang een heel belangrijk woord. Elke dag opnieuw moet iedereen die aan het verkeer deelneemt weten wie voorrang heeft. Als iemand dit niet weet of twijfelt, dan gebeuren er ongelukken. Dus let goed op!
Wat zijn de belangrijkste regels:
Wie heeft voorrang?
1. De grote vijf hebben altijd voorrang op al het andere verkeer. De grote vijf zijn:
- Politieauto met loeiende sirene
- Brandweerauto met loeiende sirene
- Ziekenauto met loeiende sirene
- Begrafenisstoet
- Militaire colonne
De groepen hebben voorrang op elkaar gezien de volgorde waarin ze zijn opgesomd. Dus een politieauto met sirene heeft voorrang op een brandweerauto met sirene, een ziekenauto met sirene, een begrafenisstoet en een militaire colonne.
Er zijn een aantal verkeersborden die aangeven wie er voorrang heeft of juist voorrang moet geven.
Voorrangsweg. Je moet voorrang krijgen van alle bestuurders die van links en van rechts komen.
Einde voorrangsweg. De voorrangsweg houdt op.
Voorrangskruising. Je moet voorrang krijgen van alle bestuurders die van links en rechts komen.
Kruising met voorrangsweg. Je moet stoppen en voorrang geven aan de bestuurders die van links en rechts komen.
Kruising met voorrangsweg (STOP-bord). Je moet stoppen en stilstaan en voorrang geven aan de bestuurders die van links en rechts komen. Bij dit bord moet je ook stilstaan als er geen verkeer aankomt.
Bij de aanwezigheid van deze borden is de voorrang dus geregeld. Als deze borden er niet zijn, gelden de "normale" voorrangsregels.
De regels:
- De grote vijf!
- Een bestuurder op een voorrangsweg heeft voorrang op een bestuurder die die weg nadert, ook als die voorrangsweg een bocht maakt.
- Op een gelijkwaardig kruispunt heeft een bestuurder van rechts voorrang.
- Op een gelijkwaardig kruispunt geven bestuurders voorrang aan bestuurders van motorvoertuigen.
- Een bestuurder die van een onverharde weg komt, moet voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg die voor hem van links en/of rechts komen.
- Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg. Dus ook voetgangers!
- Een bestuurder die rechts afslaat heeft voorrang op een bestuurder die links afslaat.
- Bij een T-kruising heeft al het verkeer op de doorlopende weg voorrang boven het verkeer op de weg die eindigt.
Nog twee hele belangrijke regels!
- Bestuurders moeten blinden en slechtzienden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen, en alle andere personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.
- Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een invalidenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.
11.1. Voorbeelden bij voorrang
De voorrangsregels zijn erg belangrijk! Anders krijgen we ongelukken. Hieronder leggen we met voorbeelden de regels nogmaals uit.
De grote vijf! Dit is een gelijkwaardig kruispunt. Normaal zou auto 2 voorrang hebben. Maar omdat de sirene van de brandweerauto aan staat, heeft de brandweerauto nu voorrang.
Een bestuurder op een voorrangsweg heeft voorrang op een bestuurder die die weg nadert, ook als die voorrangsweg een bocht maakt. Bij het kruispunt staan verkeersborden die de voorrang regelen. De blauwe auto ziet een voorrangsbord en heeft daarom voorrang op de rode auto.
Op een gelijkwaardig kruispunt heeft een bestuurder van rechts voorrang. Dit is een gelijkwaardig kruispunt, dus verkeer van rechts heeft voorrang. Daarom gaat de blauwe auto eerst.
Op een gelijkwaardig kruispunt geven bestuurders voorrang aan bestuurders van motorvoertuigen. Dit is een gelijkwaardig kruispunt. Bestuurders moeten bestuurders van motorvoertuigen voorrang geven, daarom gaat de auto hier dus eerst — ondanks dat de fietser van rechts komt.
Een bestuurder die van een onverharde weg komt, moet voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg die voor hem van links en/of rechts komen. Auto 2 rijdt op een onverharde weg. Daarom moet auto 2 voorrang geven aan auto 1.
Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg. Dus ook voetgangers! De fietser gaat hier rechtdoor op dezelfde weg. Daarom heeft de fietser hier voorrang. Nog een voorbeeld: de voetganger gaat rechtdoor op dezelfde weg en heeft daarom voorrang op de auto.
Een bestuurder die rechts afslaat heeft voorrang op een bestuurder die links afslaat. De rode auto slaat af naar links en heeft daarom voorrang op de blauwe auto.
Opmerking: er lijkt een kleine fout te staan in de originele tekst — op basis van de regel heeft de auto die naar RECHTS afslaat voorrang. Graag controleren.
Bij een T-kruising heeft al het verkeer op de doorlopende weg voorrang boven het verkeer op de weg die eindigt. Dit is een T-kruising. De blauwe auto rijdt op de doorgaande weg en heeft daarom voorrang op de rode auto.
Nog twee hele belangrijke regels!
- Bestuurders moeten blinden en slechtzienden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen, en alle andere personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.
- Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een invalidenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.
12. Veiligheid
Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dit is een bekend gezegde dat je vaak hoort. Wat bedoelt men hiermee?
Nou, dat je van alles moet doen om ongelukken te voorkomen. Zoals je al weet, ben je in het verkeer nooit alleen. Door bijvoorbeeld een heel klein foutje van een ander kan er een ongeluk gebeuren, waardoor je gewond kan raken. Daarom is het heel belangrijk om altijd voorzorgsmaatregelen te treffen voor je veiligheid.
De autogordel
Op Sint Maarten staan in de verkeerswetten alle regels die gelden voor het verkeer en de gebruikers. In deze wetten staan ook regels over het gebruik van een autogordel.
In de wet staat:
- Zowel de bestuurder als alle passagiers van motorvoertuigen moeten een autogordel gebruiken.
- Kinderen jonger dan 4 jaar moeten verplicht vervoerd worden in een speciaal kinderbeveiligingssysteem zoals een Maxi-Cosi.
- Passagiers met een lengte van minder dan 1,50 meter gebruiken een driepuntsgordel als heupgordel of een driepuntsgordel als gebruik wordt gemaakt van een kinderbeveiligingssysteem.
- Passagiers met een lengte van minder dan 1,50 meter gebruiken de zitplaats naast de bestuurder alleen indien geen voorairbagsysteem aanwezig is, of is uitgeschakeld.
- Een kinderbeveiligingssysteem kan op de zitplaats naast de bestuurder bevestigd worden in motorvoertuigen zonder voorairbagsysteem, of indien het voorairbagsysteem is uitgeschakeld, en de passagier tegen de rijrichting inkijkt.
Het is heel jammer dat verpleegkundigen dagelijks verschillende licht en zwaar gewonden moeten behandelen. Door een auto-ongeluk kunnen mensen die geen autogordel dragen uit het motorvoertuig tegen de voorruit of het stuurwiel geslingerd worden.
Jaarlijks raken ongeveer 80 kinderen lichtgewond en 10 kinderen zwaargewond in ons verkeer. In de meeste gevallen hadden deze kinderen de autogordel niet om.
Denk eraan: de autogordel is geen versiersel. Autogordels zijn er al heel lang, maar nog niet iedereen beseft hoeveel leed je kan besparen door het gebruik. Hieronder twee video's. De eerste video laat zien hoe oud de autogordels al zijn — deze video werd al in 1971 getoond. De tweede video laat de impact zien bij een ongeluk zonder en met gebruik van gordels. Jaarlijks zijn er campagnes die het gebruik van autogordels onderstrepen, want heel veel mensen beseffen dit nog niet.
Kan je na het zien van de video's de onderstaande vraag beantwoorden?
Als je goed oplet, bestaat de autogordel uit twee stuks. De beste manier om de autogordel te dragen is:
- Men moet hem over het bekken en over het borstbeen, de ribben en het sleutelbeen dragen. Niet over de buik of over de arm. De hoofdregel is dat de gordel voor de botten is, niet voor het vlees.
- De gordel moet niet gedraaid zijn, want dan is hij smaller geworden en kan hij bij een botsing insnijden in het vlees.
- Als de gordel met speling wordt gedragen, is hij minder effectief. Dus zo strak mogelijk dragen. De gordel is vaak verstelbaar.
De hoofdsteun
Stel je hoofdsteun goed af. Voor in de auto en bij sommige auto's ook achter in de auto heb je de hoofdsteunen.
- De bovenkant van de hoofdsteun is gelijk aan de bovenkant van je hoofd.
- De afstand tussen hoofd en hoofdsteun is kleiner dan 4 cm.
Waarom een hoofdsteun?
Omdat je bij een aanrijding, vooral een achteraanrijding, een nekletsel kan oplopen. Dit nekletsel noemen we ook whiplash. Nekletsel kan een heleboel klachten veroorzaken, zoals hoofdpijn, misselijkheid en wazig zien.











































