Verkeerstheorie

11. Voorrang en voor laten gaan

Als iedereen tegelijkertijd gaat rijden wordt het een chaos! Daarom zijn er voorrangsregels gemaakt. Maar let op — voorrang heb je niet, dat krijg je! Altijd blijven opletten dus!

Wat betekent voorrang?

Als je op de weg fietst, kun je te maken krijgen met rijverkeer uit een zijweg. Je moet dan goed weten of je wel of niet voor mag gaan. Soms moet je stoppen om een ander voor te laten gaan. Je moet voorrang geven. Soms moet een ander stoppen om jou voor te laten gaan. Je moet voorrang krijgen.

Voorrang betekent dus: het eerst mogen gaan.

In het verkeer is voorrang een heel belangrijk woord. Elke dag opnieuw moet iedereen die aan het verkeer deelneemt weten wie voorrang heeft. Als iemand dit niet weet of twijfelt, dan gebeuren er ongelukken. Dus let goed op!

Wat zijn de belangrijkste regels:

Wie heeft voorrang?

1. De grote vijf hebben altijd voorrang op al het andere verkeer. De grote vijf zijn:

  • Politieauto met loeiende sirene
  • Brandweerauto met loeiende sirene
  • Ziekenauto met loeiende sirene
  • Begrafenisstoet
  • Militaire colonne

De groepen hebben voorrang op elkaar gezien de volgorde waarin ze zijn opgesomd. Dus een politieauto met sirene heeft voorrang op een brandweerauto met sirene, een ziekenauto met sirene, een begrafenisstoet en een militaire colonne.

Er zijn een aantal verkeersborden die aangeven wie er voorrang heeft of juist voorrang moet geven.

Voorrangsweg. Je moet voorrang krijgen van alle bestuurders die van links en van rechts komen.

Einde voorrangsweg. De voorrangsweg houdt op.

Voorrangskruising. Je moet voorrang krijgen van alle bestuurders die van links en rechts komen.

Kruising met voorrangsweg. Je moet stoppen en voorrang geven aan de bestuurders die van links en rechts komen.

Kruising met voorrangsweg (STOP-bord). Je moet stoppen en stilstaan en voorrang geven aan de bestuurders die van links en rechts komen. Bij dit bord moet je ook stilstaan als er geen verkeer aankomt.

Bij de aanwezigheid van deze borden is de voorrang dus geregeld. Als deze borden er niet zijn, gelden de "normale" voorrangsregels.

De regels:

  • De grote vijf!
  • Een bestuurder op een voorrangsweg heeft voorrang op een bestuurder die die weg nadert, ook als die voorrangsweg een bocht maakt.
  • Op een gelijkwaardig kruispunt heeft een bestuurder van rechts voorrang.
  • Op een gelijkwaardig kruispunt geven bestuurders voorrang aan bestuurders van motorvoertuigen.
  • Een bestuurder die van een onverharde weg komt, moet voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg die voor hem van links en/of rechts komen.
  • Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg. Dus ook voetgangers!
  • Een bestuurder die rechts afslaat heeft voorrang op een bestuurder die links afslaat.
  • Bij een T-kruising heeft al het verkeer op de doorlopende weg voorrang boven het verkeer op de weg die eindigt.

Nog twee hele belangrijke regels!

  1. Bestuurders moeten blinden en slechtzienden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen, en alle andere personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan.
  2. Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een invalidenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan.