Verkeerstheorie

10. Taal van de weg

10.5. Verkeersborden





 

Je rijdt op een voorrangsweg. 

Je hebt voorrang.


 

Hier eindigt de voorrangsweg


 

Op deze kruising of splitsing heb je voorrang.


 

Je nadert een voorrangsweg, - kruising of -splitsing. Je moet voorrang geven.


 

Je moet voorrang geven aan al het verkeer op de andere weg. Je bent verplicht te stoppen. 

 
 Groen verkeerslicht. Je mag doorrijden.


Rood verkeerslicht. Stoppen voor de stoplijn. 
  
Geel verkeerslicht. Als je kunt, moet je stoppen voor de stoplijn. 
 
 
Je moet doorrijden in de aangegeven richting. 
 Je moet de pijl volgen 
 
Je moet de aangegeven richting volgen 
 
Je moet hier één van de zijden voorbijgaan 
 
Je moet de rijrichting volgen. 
 
Je moet hier naar rechts
 
Je moet hier één van de rijrichtingen volgen. 
  
Je moet hier fietsen
 
Je moet hier dit voetpad gebruiken 
 
Dit is het einde van dit voetpad 
  
 
Hier is een éénrichtingsweg, behalve voor voetgangers; inrijden toegestaan voor alle verkeer


Eénrichtingsweg, behalve voor voetgangers; inrijden toegestaan voor alle verkeer

 
 
Hier is een bushalte. Alleen autobussen mogen hier stoppen. 
 
Hier is een brandput 
 
Hier is een situatie waar je door mag rijden. Het verkeer uit de tegengestelde richting moet wachten.  


Hier is een parkeerplaats. 
  
Hier is een standplaats voor taxi's.


Hier is een parkeerplaats voor invalidenvoertuig 
  
 
Je mag hier niet parkeren. 
 
Je mag hier niet stilstaan
 
Je mag hier niet in (van beide kanten). 
 
Je mag hier niet in (van een kant). 


Je mag hier niet in voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. 
  
Je mag hier niet in voor brommers en motorfietsen.
 
Je mag hier niet in voor fietsen. 
 
Je mag hier niet lopen. 


Je mag hier niet in voor motorvoertuigen met een aanhangwagen. 



Je mag hier niet in voor alle motorvoertuigen 



Je mag hier niet keren 




Je mag hier niet doorrijden als er uit de tegengestelde ricthing verkeer aankomt. Je moet voorrang geven.



Pas op, oversteekplaats voor voetgangers



Pas op, kinderen in de buurt.


Pas op, voetgangers
  
Pas op, fietsers
 
Pas op, opengebroken weg 
 
Pas op, slipgevaar


Pas op, kuilen of gaten in de weg 


Pas op, gevaarlijke kruispunt 


Pas op, bocht naar rechts


Pas op, bocht naar links


 

Pas op, vee



Pas op.....
Het gevaar wordt aangegeven onder het bord.
bv uitrijdende trucks

 

 


Stopteken door een verkeersbrigadier

 Hier is een doodlopende weg

 



Bebouwde kom

Einde bebouwde kom