Verkeerstheorie

8. De voetganger in het verkeer

De voetganger in het verkeer

De voetganger behoort ook tot het verkeer. Je weet al wie een voetganger is. Dat is iemand die te voet, op de openbare weg ergens naar toe gaat.

De voetganger moet altijd goed uitkijken en opletten, want hij heeft in het verkeer geen bescherming. Bij een ongeluk wordt hij direct geraakt. Op ons eiland moet een voetganger nog beter uitkijken. Er zijn hier te weinig trottoirs en bermen. Vaak vind je langs de weg ook nog struiken en bomen. De voetganger moet dus dikwijls gebruik maken van de rijweg en daar zijn voor hem de gevaren erg groot.

Dit is heel belangrijk:

Als er een trottoir of een berm langs de weg is, moet de voetganger altijd in de berm of op het trottoir lopen. Is er geen trottoir en ook geen berm, dan moet de voetganger aan de linkerkant van de weg lopen, zodat hij het verkeer goed kan zien aankomen.

Wanneer heeft een voetganger voorrang?

Een voetganger heeft soms voorrang. Toch moet je altijd uitkijken of je wel voorrang krijgt. Het hebben van voorrang en het krijgen zijn twee verschillende dingen.

  • Als een voetganger rechtdoor op dezelfde weg gaat en een bestuurder van een auto of fiets wil voor je langs afslaan, heeft een voetganger voorrang.
  • Als je wilt oversteken op een zebrapad heeft een voetganger ook voorrang.

Controleer of je de regels goed begrepen hebt. Geef in de onderstaande plaatjes de juiste volgorde aan.

Hoe moet een voetganger oversteken?

Als een jongen of meisje een ongeluk in het verkeer heeft gehad dan blijkt het bijna altijd dat het kind op onvoorzichtige wijze de weg heeft overgestoken. Het is heel belangrijk om veilig de weg over te steken.

Steek altijd de straat over op een plaats waar je het verkeer dat jou van links en rechts nadert, goed kan zien aankomen.

Om goed en veilig over te steken moet elke voetganger zich aan de volgende regels houden:

  1. Stilstaan aan de kant van de weg
  2. Eerst naar links kijken (omdat je eerst in botsing kan komen met het verkeer van links)
  3. Dan naar rechts kijken
  4. Weer naar links kijken
  5. Is de weg links en rechts veilig? Dan pas recht en vlug oversteken. Voorkom het teruglopen en altijd blijven kijken. Nooit rennend de weg oversteken.

Zorg altijd dat je gezien wordt

Een bus stopt op vele plaatsen om mensen in of uit te laten stappen. Soms stap je uit de bus en moet je oversteken.

Het oversteken gaat dan niet zo gemakkelijk, omdat de bus jouw wegbeeld belemmert. Je hebt dan geen goed overzicht op de weg. Het is dan heel verstandig en veilig om te wachten totdat de bus wegrijdt. Moet een bus wat langer blijven staan, steek dan nooit vóór de bus de weg over. Altijd achter de bus langs oversteken.

Het kan ook voorkomen dat je over moet steken, maar dat het wegbeeld verhinderd wordt door langs de weg geparkeerde auto's. Om toch een goed overzicht te hebben op de weg is het aan te bevelen om tussen de geparkeerde auto's te gaan en dan de vijf regels voor het oversteken toe te passen.

Indien het mogelijk is, steek dan altijd over bij voetgangerslichten, zebrapaden of bij een schoolbrigadier.

Gelukkig worden er ook verkeerslichten geplaatst. Bij deze verkeerslichten zijn er soms ook lichten voor de voetgangers. Net als de bestuurders van motorvoertuigen en niet-motorvoertuigen moet de voetganger ook opletten. Direct als het licht op groen springt, moet de voetganger recht en vlug oversteken. Maar zoals altijd moet je eerst goed opletten op het verkeer.

Staat het voetgangerslicht op rood, dan mag de voetganger niet oversteken. Bij het voetgangerslicht zit ook dikwijls een knop. Er staat een plaatje boven, waarop staat dat je de knop moet indrukken als je wilt oversteken. Druk dan rustig op de knop en wacht tot het voetgangerslicht op groen springt. Wees niet ongeduldig!

De oversteekplaatsen of zebrapaden zijn speciaal gemaakt om het oversteken veiliger te maken. De automobilisten weten dat er bij een zebrapad mensen kunnen zijn die over willen steken en moeten dan extra goed opletten. Zebrapaden vind je bijna altijd in de buurt van scholen, kerken en drukke kruispunten.

Pas altijd de vijf regels toe die je geleerd hebt voor het oversteken, want er zijn soms automobilisten die niet goed opletten!

Veel scholen maken gebruik van schoolbrigadiers om de kinderen en hun ouders te helpen bij het oversteken. Je ziet ze vaak na schooltijd met hun uniform aan en een stopbordje in de hand.

Op een fluitteken van de onderwijzer of onderwijzeres stoppen ze het verkeer. Zodra de brigadiertjes hun stopbordje omhoogsteken, moeten alle voertuigen die zich op de rijweg bevinden stoppen. De voetgangers kunnen dan veilig tussen de brigadiertjes oversteken. Gelukkig doen de meeste kinderen en ouders dat altijd netjes.

Jammer dat er sommige kinderen en volwassenen denken dat dit stopteken niet voor hen bedoeld is. Weer andere volwassenen hebben zo'n haast dat ze ergens anders oversteken. Dit is een slecht voorbeeld. Als je moeder, vader, broer, zus of een ander familielid of vriend niet wacht, waarschuw ze even. Zodat ze er een volgende keer aan denken. Zo help je ook aan de veiligheid van het verkeer. En denk erom — jij moet ook een goed voorbeeld geven. Steek altijd over bij een oversteekplaats en wacht op het teken van de verkeersbrigadiers.

Nog enkele punten die voor een voetganger van zeer groot belang zijn

  • Pas altijd goed op je broertjes, zusjes en vriendjes. Hou ze stevig vast bij de hand, zodat ze niet plotseling kunnen wegrennen.
  • Kinderen moeten niet lopen waar het rijdend verkeer langs komt. Dus kinderen lopen aan de linkerkant van een ouder persoon.
  • Als het regent, moet de voetganger extra voorzichtig zijn. Kijk goed uit als je de weg oversteekt, want de bestuurders kunnen hun voertuigen niet even snel afremmen. De kans op een ongeluk is dus bij regenweer veel groter. Op Sint Maarten kunnen regenbuien plotseling opkomen — wees altijd extra alert als dit gebeurt.
  • Spelen op straat is levensgevaarlijk. Neem dus als je ergens naar toe gaat geen speelgoed mee om onderweg te spelen. Je kijkt dan minder goed naar het verkeer.
  • Al zie je iemand aan de overkant naar jou zwaaien, denk eerst altijd aan de vijf regels voordat je naar de overkant stapt.
  • Als je met de auto naar school gebracht of gehaald wordt, is het verstandig van de chauffeur om je aan de kant van de school te laten uit- of instappen — je hoeft dan niet over te steken.
  • Vraag aan de chauffeur die jou naar school brengt of van school haalt om alstublieft niet op de oversteekplaats of vóór de schoolpoort te stoppen. De kinderen kunnen dan niet veilig oversteken. De auto belemmert het zicht als de kinderen willen oversteken en omdat de auto op de berm staat, is het lopen op de berm ook onmogelijk.
  • Als je ergens moet zijn, zorg ervoor dat je vroeg van huis vertrekt. Ben je te laat, ga dan niet hollen en steek niet onvoorzichtig over. Het is beter dat je laat op de plaats van bestemming komt, dan te vroeg in het ziekenhuis.
  • Trek als het donker is iets licht van kleur aan. Bijvoorbeeld een wit shirt. Tegenwoordig heb je ook gympjes die bij het lopen een licht uitstralen.