Verkeerstheorie
6. De wegen
De wegen
In hoofdstuk 1 hebben we al gelezen hoe de wegen zijn ontstaan. De mens gebruikte paden gemaakt door wilde dieren of ze moesten zelf wegen maken door onkruid weg te halen. Deze wegen waren allemaal van zand. Langzamerhand ontstond de behoefte aan betere wegen, vooral vanwege het gebruik door auto's. Men ging toen over op het aanleggen van wegen.
Eerst hadden we alleen wegen gemaakt van speciale stenen. Later gebruikte men beton en asfalt. Op ons eiland zijn lang niet alle wegen gemaakt van asfalt, beton of speciale stenen. Er zijn nog een heleboel wegen van zand.
Als we rondkijken, kunnen we zeggen dat er twee soorten wegen zijn:
1. Verharde wegen Verharde wegen zijn wegen waar men een dikke laag asfalt of beton heeft aangebracht of wegen die men heeft betegeld met speciale stenen.
2. Onverharde wegen Onverharde wegen zijn wegen van zand of grind. Het woord zegt het al — de wegen zijn niet verhard.
Met het aanleggen van wegen is het gemakkelijker geworden om ergens heen te gaan.
De mens heeft niet zomaar wegen aangelegd. Er is ook rekening gehouden met de hoeveelheid verkeer die van deze wegen gebruik moet gaan maken. Soms zie je ook dat een weg breder wordt gemaakt om meer verkeer te kunnen verwerken.
Alle wegen komen op de één of andere manier bij elkaar — ze hebben een vorm.
Als je goed kijkt hoe de wegen bij elkaar komen, dan zal het je opvallen dat er vier mogelijkheden zijn, namelijk:
- Kruising
- Halve kruising of T-kruising
- Splitsing
- Rotonde
Kruising
Halve kruising of T-kruising
Splitsing
Rotonde
Ga na in de buurt van je school op welke wijze de wegen bij elkaar komen!